terug verder

Uit goede wil iemand kwaad doen.

Mamma ik wil je zoveel vertellen.
Wat ik vandaag heb beleefd.
Mamma ik wil je zoveel vertellen.
En het zit allemaal in mijn hoofd.
Op weg naar huis bedenk ik wat ik allemaal tegen je ga zeggen.
Maar thuis komt daar niet veel van terecht.
Mijn tong lijkt haast verdoofd.

Ik val in de dagelijkse routine, ik durf niet te beginnen,
weet niet meer hoe ik het zeggen moet.
Ik vraag hoe was je dag vandaag? Dan begin je vrolijk te vertellen.
Ik zeg alleen maar, goed.

Ook al heb ik net gehoord dat een goede vriendin zelfmoord wilde plegen.
En ik dat jou wou vertellen.
Als ik voor je sta weet ik niet meer hoe ik je dat zeggen moet.
Ik wil niet dat je je ergens zorgen over moet maken, ik kan er niet tegen.
Zolang jij maar gelukkig bent dan is het goed.

Dus ik wring me in allerlei bochten, als ik ergens mee zit zeg ik het niet.
Ik wil en durf het tegen jou niet te zeggen, straks doe ik je nog verdriet.
En door al dat gekronkel gezwijg en gelieg.
Doe ik jou ondertussen enorm veel verdriet.
Het is moeilijk te veranderen.
Normaal te doen wat is dat? Dat ken ik niet.
Ik wil zo graag veranderen.
Maar zonder jou kan ik dat niet.

IKKE