Psychiatrie en taal

Woorden schieten te kort
om iets te beschrijven
wat buiten het eigen taalgebruik ligt
van iemand die dezelfde woorden
bij andere ervaringen gebruikt.

Psychiatrie is een taalprobleem.
Het onvermogen gevoelens te communiceren,
bepaald door grenzen
van de taal.

De cliënt zoekt naar woorden
en bij gebrek aan de juiste bedenkt hij zelf nieuwe.
De psychiater heeft woorden genoeg geleerd,
zijn jargon beschrijft al het gedrag.
‘Neologismen’ of ‘confabuleren’ heet het bijvoorbeeld.

Is jargon alleen voorbehouden aan de specialist?
Of mogen cliënten hun eigen taal uitvinden,
zonder die weer meteen benoemd te zien
door de allesomschrijvende taal van de psychiater?

Karin ©


Neologismen = het vormen van niet bestaande woorden
(bij schizofrenie)
Confabuleren = (psych.) het opdissen van een verhaal dat grotendeels is opgebouwd uit onsamenhangende herrinneringsvervalsingen,
komt vooral voor bij organische hersenstoornissen.
(uit: Zakwoordenboek der Geneeskunde, Coëlho)

terug verder