terug

VREEMDEN ALS WE ELKAAR ONTMOETEN.

Jij, zo gevangen en vrij
Liefde lijkt zo breekbaar en broos
Al die geheimen, stralend als de zon
Zoveel gebeden, maar geen zinloze zucht naar roem
Je zong je lied, bloem, en ik stond aan jouw kant
Je had een deel van mijn gedachten in je hand

En al mijn tranen, zijn als de regen in de wind
Ik zal je zeggen, wanneer ik mijn vrede vind
Soms weet ik niet, hoe ik jou hoor te begroeten
We zijn vreemden, als wij elkaar ontmoeten

Ik verander voortdurend, ik voel me alleen
Vergeten wie ik was, bij zonsopgang

Al mijn tranen, zijn als de regen in de wind
Ik zal je zeggen, wanneer ik mijn vrede vind
Soms weet ik niet, hoe ik jou hoor te begroeten
We zijn vreemden, als wij elkaar ontmoeten

Koude vingers, vroegen weer om herinnering
Bevend van ongeduld, nu met warmte vervuld
Een vreemde omhelzing, een bleke lach op een gezicht
Een draaiende kamer, dat felle licht

Last viel van me af, een vreemde melancholie
Mijn ziel, zo ontwapend door sympathie
Al mijn vergissingen, zijn al wat ik nog zie

Al mijn dromen, soms als regen in de wind
Al mijn emoties, als die van een klein kind
Ik zal je zeggen wanneer ik mijn vrede vind

Rik.